Spelregels
Racketlon is de sport waarin je je tegenstander in álle vier de racketsporten treft: tafeltennis, badminton, squash en tennis. Een wedstrijd bestaat uit vier sets — één per sport — en wie aan het eind de meeste punten heeft opgeteld over alle sporten, is de winnaar en de beste allround racketspeler. De regels zijn ontworpen om een eerlijke en spannende strijd over die vier sporten te garanderen. Hieronder de basis.
De volgorde: van klein naar groot racket
De vier sporten worden altijd in dezelfde volgorde gespeeld, van het kleinste naar het grootste racket: eerst tafeltennis, dan badminton, vervolgens squash en als afsluiting tennis. Alleen als de accommodatie het praktisch maakt (bijvoorbeeld een baan op een andere locatie) mag de organisatie een afwijkende volgorde kiezen — die geldt dan voor het hele toernooi en wordt vooraf aangekondigd.
Puntentelling: elk punt telt
- Onderdelen: racketlon omvat vier onderdelen — tafeltennis, badminton, squash en tennis — in deze vaste volgorde.
- Doorlopende score tot 21: elke rally levert een punt op (rally point). Je wint een set door als eerste 21 punten te halen, met minimaal twee punten verschil. Bij 20-20 gaat de set door tot iemand twee punten voorsprong heeft; een set eindigt dus bijvoorbeeld 22-20 of 25-23, maar nooit 21-20.
- Totaal beslist: de winnaar is niet wie de meeste sets wint, maar wie over alle vier de sporten de meeste punten verzamelt. Je kunt dus drie van de vier sporten verliezen en tóch de wedstrijd winnen.
- Vroegtijdig einde: zodra de winnaar niet meer is in te halen, stopt de wedstrijd. Daarom hoeft de tennisset vaak niet helemaal uitgespeeld te worden.
Service en kant wisselen
Aan het begin van de wedstrijd wordt er één keer getost. De winnaar van de toss kiest of hij bij tafeltennis begint met serveren of ontvangen; daarna wisselt dat per sport automatisch. De service gaat na elke twee punten naar de andere speler: de eerste service van rechts, de tweede van links. Op het moment dat een speler als eerste 11 punten bereikt, wordt van kant gewisseld. Bij 20-20 wisselt de service na elk punt van speler.
De gummi-arm: één punt beslist
Staan beide spelers na de vier sporten op precies evenveel punten, dan valt de beslissing in één extra tennispunt: de "gummi-arm". Er wordt opnieuw getost; de winnaar van de toss kiest serveren of ontvangen. Om het voordeel van de opslag te verkleinen heeft de serveerder maar één service. Wie dit ene punt wint, wint de hele wedstrijd.
Tempo tussen de onderdelen
Er zit weinig rust in racketlon: bij de kantwissel halverwege een set mag maximaal één minuut pauze worden genomen, en tussen twee sporten geldt "3+3" — binnen 3 minuten na de vorige set warm je in bij de volgende sport, en binnen 6 minuten begint die set. Het spel moet verder zo veel mogelijk doorlopen.
Dubbel: squash blijft enkel
In het dubbelspel staan bij tafeltennis, badminton en tennis beide spelers van elk paar op de baan. Squash is de uitzondering en wordt als enkel gespeeld: eerst spelen de eerste spelers van beide paren tegen elkaar, en bij de kantwissel halverwege nemen de tweede spelers het over — de stand loopt gewoon door.
Klik hier voor de volledige regels van de officiële internationale bond (FIR). Klik hier voor de Nederlandse (Google) vertaling.